De conceptnota 'Basisbereikbaarheid' van de Vlaamse regering vormt de aanzet tot een hervorming van het Vlaamse mobiliteitsbeleid in het algemeen en het regionaal openbaar vervoer in het bijzonder. Basisbereikbaarheid betekent het kunnen bereiken van belangrijke maatschappelijke functies op basis van een vraaggericht systeem en met een optimale inzet van middelen. Hierbij wordt sterk ingezet op co-mobiliteit waarbij gebruikers van het openbaar vervoer ook zelf nog een voor- of natraject doen te voet of met te fiets.

Om de basisbereikbaarheid in de praktijk te brengen worden in Vlaanderen 15 vervoerregio's samengesteld die elk een vervoerregioraad krijgen. De steden en gemeenten kunnen participeren in deze nieuwe structuur en op deze manier het openbaar vervoer op hun grondgebied (mee) vormgeven. Om het concept 'basisbereikbaarheid' in de praktijk te brengen, wordt het openbaar vervoer gestructureerd in 4 lagen:

  • Treinnet
  • Kernnet van buslijnen die kernen en attractiepolen verbinden
  • Aanvullend en ontsluitend busnet
  • Vervoer op maat

Binnen elke vervoerregioraad zal een geïntegreerd regionaal mobiliteitsplan worden opgesteld. De raden worden de motoren van het regionaal overleg op mobiliteitsvlak.

Rol van het Streekoverleg

Het Streekoverleg Zuid-Oost-Vlaanderen participeert actief in de vervoerregioraad Aalst. Deze regio werd uitgekozen als proefproject.

In de loop van 2018 zal ook de vervoerregioraad Vlaamse Ardennen van start gaan. Het Streekoverleg zal de kennis en ervaring vanuit het proefproject in Aalst vertalen naar aanbevelingen voor de regio Vlaamse Ardennen. Op donderdag 26 april organiseren we in Zottegem alvast een vooroverleg voor de lokale besturen van de toekomstige vervoerregio Vlaamse Ardennen.

Het Streekoverleg zet hierbij maximaal in op een sterk openbaar vervoer voor een bereikbare regio.